Het introduceren van een hond bij een al in huis wonende kat. 

 

De communicatie van een kat en hond is heel anders. Waar de hond kwispelt met zijn staart als hij blij is, zwiept de kat met de staart als hij geïrriteerd of gefrustreerd is. Een hond introduceren bij een kat is iets waar je aandacht aan moet besteden. Het is immers het territorium van je kat en deze zal ze gaan moeten delen met de hond.  


Ga eerst eens goed kijken naar waar je kat graag ligt te slapen, dat is de plek waar de kat zich het veiligste voelt. Het is dus belangrijk dat je de kat in die ruimte alles geeft wat hij of zij nodig heeft. Voerbak & drinkplaats ( minimaal 1,5 meter uit elkaar), kattenbak, hoge plek, schuilplaats, krabplaats en een slaapplaats. Let op, krabpaal telt als slaapplaats, mits de kat daar alleen krabt en niet slaapt. Als je kat daar alles heeft, ga je ervoor zorgen dat de kat dat op nog meer plekken in huis heeft. Zodat de kat keuzes heeft, als de hond ineens in de deuropening zou staan en de spullen van de kat daarachter, kan de kat er niet bij komen en dat betekend stress voor de kat. Dit willen we voorkomen.  
 
Mochten de spullen van de kat naar een andere ruimte over moeten, bijvoorbeeld een kamer boven. Ga je deze ruim van te voren, voor de hond er is, faciliteren. Zorg dus weer voor voldoende hoge plaatsen, drink en voerbakken (minimaal 1,5 meter uit elkaar), krabgelegenheden, slaapplaatsen en schuilplaatsen.  
Zodra de kat gewend is aan deze nieuwe plekken in huis, dan pas ga je de oude spullen naar boven verplaatsen. Doe dit stap voor stap. Niet in een keer alles.  Een kat kan namelijk niet goed tegen verandering. Het allerbeste is nog om voor elke kat meerdere bronnen te hebben, namelijk: aantal katten + 1. Dat houdt in: 1 kat heeft 2 dingen van alle bronnen nodig. Dus 2 voerbakken, 2 drinkplaatsen etc. Bij 2 katten is dat 3 van elke. Verspreid deze bronnen door het huis zodat de kat weer de keuze heeft om ergens anders van de bron gebruik te maken. Dit is echt heel erg belangrijk. Zo heeft de kat minder snel een stressmomentje. Meerdere stressmomenten op elkaar, zorgt voor medische problemen en/ of chronische stress.  

Het is daarna belangrijk om te zorgen dat de kat en hond al bekend worden met elkaars geur. Dit doe je door middel van geurswapping. Zorg dat je twee dekentjes of mandjes hebt. 1 bij de hond en 1 bij de kat. Na een tijdje wissel je deze om. Zodat dat hond het dekentje heeft van de kat en andersom. Elke keer als de kat aan het dekentje of mandje snuffelt, geef de kat een snoepje. Beloon haar voor het goede gedrag. Zo maakt ze alvast een positieve associatie met de geur van de hond.  

Zorg bij de introductie dat de kat weg kan, laat haar op haar eigen tempo kiezen wanneer ze naar de hond wil. Het is wel fijn als je ervoor zorgt dat de hond al wat moe is, ga een stuk wandelen, zo zal de hond minder snel achter de kat aan gaan jagen. Zet ze zeker niet beide in een dichte ruimte en forceer ze niet om bij elkaar te zijn. Pak de kat niet vast om de hond te laten snuffelen en andersom. Zo maak je een prooi van het andere dier. Laat ze dit zelf doen en zorg dat de kat altijd kan vluchten wanneer zij dat wilt.  

 


Meer weten of hulp nodig? Neem dan contact op.